index » technical info
Artikelen: draaien zonder syncslate

(geschreven door Danny van Deventer; focus puller)

INTRODUCTIE
Tijdens filmopnamen met geluid wordt in het algemeen gebruik gemaakt van een zgn. clapperboard of digislate aan het begin van iedere take. Het clapperboard speelt van oudsher een rol bij de synchronisatie van beeld en geluid en heeft daarnaast een administratieve functie. De moderne digislate vervult vooral de rol van eventuele back-up ten behoeve van synchronisatie beeld en geluid in het geval van onvoorziene problemen met tijdcode in de camera of de geluidsrecorder. In-camera tijdcode is o.a. ontwikkeld met als doel camera en geluid onafhankelijk van elkaar te kunnen plaatsen, de traditionele synchronisatieklap (sync-klap) achterwege te kunnen laten en biedt een aantal voordelen waaronder een snelle en onopvallende wijze van werken, vrijheid tijdens de opnamen en geautomatiseerde synchronisatie van beeld en geluid in postproductie. Door uitsluitend te vertrouwen op tijdcode en daarbij de traditionele sync-klap achterwege te laten, kan tevens een aanzienlijke besparing worden bereikt op het gebruik, en daarmee kosten, van filmmateriaal, laboratoriumbewerking en scanning. Effectieve opnametijd per rol film wordt groter en de werkzaamheden op de filmset verlopen soepeler qua opstart van takes. Het proces van uitsluitend gebruik tijdcode bij filmopnamen is eenvoudig en zeer werkbaar.Mits zorgvuldig toegepast is met name de besparing op filmmateriaal duidelijk:

- de cameraman behoeft het kader niet aan te passen na de sync-klap,
- geen problemen met leesbaarheid van clapper-board,
- geluid en beeld behoeven niet te wachten tot de clapper-loader uit beeld is geschoven   en alles stil is,
- de camera-assistent kan scherp instarten, vlak voor 'actie'.

Afhankelijk van de omstandigheden kan per take eenvoudig gemiddeld 5 seconden filmmateriaal worden bespaard.

 

HET PROCES 
1.
Tijdens de testopnamen van de camera-apparatuur wordt tijdcode meegeschreven; dit kan, zonder extra moeite of kosten, bijvoorbeeld bij de opname van scherptetesten.
Bij de beoordeling van de cameratest toont het negatief op het oog zichtbaar het vermogen van de camera en filmmagazijnen om tijdcode te schrijven. Met name bij langere producties kan -ter meerdere zekerheid- desgewenst een testopname worden gemaakt waarbij ook geluid meeloopt. Scanning en synchronisatie tonen aan dat het proces probleemloos verloopt.
 

2. Bij de werkzaamheden op de filmset zijn camera en geluid permanent van tijdcode voorzien. Aan het begin van iedere filmrol wordt, voor de eerste take, m.b.v. een clapperboard of digislate een losse referentie syncklap gedraaid. Geluid loopt > afroepen van bv: 'referentieklap begin rol 3' > camera start op > klap > camera/recorder stoppen.

De losse referentie klap heeft tot doelstelling een eventuele offset in tijdcode camera en tijdcode geluid vast te leggen. Deze eventuele offset kan in de postproductie direct aan het begin van de rol worden bepaald. In het geval de tijdcode geschreven in de camera bij de scanning een offset zou vertonen t.o.v. de tijdcode geschreven door het geluid, dan is automatische synchronisatie niet mogelijk. Beeld en geluid dienen in dat geval (handmatig) take-voor-take met behulp van de bekende, constante offset in tijdcode te worden gelijk gelegd. In het onwaarschijnlijke geval dat offset voorkomt, werkt deze hersteloperatie, hoe vervelend ook, niet trager dan het eveneens handmatig gelijkleggen van beeld en geluid m.b.v. traditionele syncklap of digislate. Zolang de film niet uit de camera wordt genomen (bijvoorbeeld rolwissel of gate-check) is de eventuele offset een constante, uitgedrukt in beelden, welke door het draaien van een referentie syncklap aan het begin van de rol fysiek wordt vastgelegd.

Indien men wisselt van rol, de film fysiek uit het loopwerk van de camera neemt of camera en recorder opnieuw met tijdcode initieert, dan dient men opnieuw een referentie syncklap te draaien; de offset, voor zover ooit aanwezig, dient opnieuw te worden vastgelegd.
Overigens werkt het gebruik van een referentie syncklap niet vertragend op de voortgang; men draait per dag slechts een fractie van het aantal klappen gebruikelijk in het traditionele proces.
Bij de film opnamen schrijven de camera en de recorder tijdcode en wordt het clapperbord of digislate dus feitelijk niet gebruikt. Aankondiging van slate- en takenummer op geluid geschieden op gebruikelijke wijze door afroepen na de opstart van het geluid. Instarten van de camera kan scherp; tussen 'EN...'   en  '...ACTIE !'
De camera in minder dan 1 beeld op snelheid en de tijdcode wordt na 1 seconde meegeschreven. 

RUSHES
Op de rushes ziet men het slate- en takenummer niet, men hoort deze in de opstart van de komende take. Feedback van de zijde van regie en vanuit montage is zondermeer positief.

ADMINISTRATIE
Aan het begin van iedere rol staat een referentie sync-klap, dus is zichtbaar: het nummer van de scene; de slate; en de take. Bij het begin van iedere nieuwe scene, waar ook op de rol, wordt beeldvullend enige seconden een slateboard gedraaid. Dit komt bij zowel het zien van de rushes, als ook in de montage voorbij als een duidelijk begin van een nieuwe scene. Indien de regie-assistent (zoals gebruikelijk) bij iedere take het tijdcode in- en tijdcode uitpunt van de actie noteert, dan heeft men, tesamen met de aankondiging van het slate en takenummer op de rushes en eventuele user-bits in de tijdcode, take voor take een heldere administratie en is het lokaliseren van materiaal eenvoudig; ook in een vergevorderd stadium van montage.

Het achterwege laten van de klap heeft dus geen complicaties en/of extra werkzaamheden tot gevolg voor de regie-assistent. 

TOT BESLUIT
Eventuele technische mankementen aan apparatuur,  problemen met tijdcode inbegrepen, komen altijd ongelegen. Daar het (zeker bij langlopende producties) gebruikelijk is dat het filmnegatief iedere dag, dan wel om de 2 a 3 dagen wordt gescand, duurt deze situatie nooit langer dan strikt noodzakelijk.
Net zoals het geval zou zijn bij krassen, slechte beeldstand, algehele onscherpte of ieder ander technisch probleem op de set, ook buiten het cameradepartement om. De back-up om het reeds gedraaide materiaal te synchroniseren (lees: de offset) is aanwezig, het probleem aan de camera kan worden gemeld en verholpen. Zelfs bij het gebruik van een traditionele syncklap voor iedere take is men bij storing in de tijdcode (ontdekt na enkele draaidagen) net zover van huis; automatische synchronisatie is niet langer mogelijk en beeld + geluid dienen dan ook handmatig worden gelijk gelegd.

Offset problemen bij het gebruik van tijdcode komen nauwelijks voor; het falen van tijdcode is vrijwel altijd een procedure fout, dan wel een mankement aan de apparatuur welke ten tijde van de voorbereiding en testopnamen al kan worden aangetoond. Indien de referentieklap waar nodig wordt toepast, men, zoals gebruikelijk, 2 maal per dag tijdcode initieert en tijdens de opnamen de TC-indicaties in camera en recorder waarneemt, behoeft men geen problemen te verwachten.
Te samen met technieken als 3-PERF bij 35mm en het gebruik van grote magazijnen bij zowel 35mm als 16 mm, levert het vertrouwen op tijdcode een aantrekkelijke besparing op in produktiekosten.

TERUG