|
(geschreven door Danny van Deventer; focus puller / 1st A.C.)
Handmatig kalibreren Arri LCS Systeem zonder
belasting door de lensmotor van de mechanische
eindstops op de focusring van de lens: Het volautomatisch kalibreren van fysiek korte (vaste) lenzen, vormt in de regel geen probleem.
2. Installeer de motorcontroller (UMC) en lensmotor (CLM) op de camera en maak de noodzakelijke kabelverbindingen. Controleer eventueel aanwezige balansplaat en stangen op rigide bevestiging. Schakel het systeem nog niet aan en hou de lensmotor vrij van de vertanding op de lens. 3. Neem de handunit (WMU); draai de focusdraaiknop tot aanslag van 'oneindig' en plaats ook beide verplaatsbare mechanische eindstops op de focusdraaiknop in deze 'linkerboven-hoek' en zet ze vervolgens goed vast.
4. Motorcontroller
en handunit aanzetten.
5. Plaats de motor
tegen de lens; zorg ervoor dat de vertandingen
van motor en lens goed in elkaar grijpen. Voet
van de motor STEVIG vastdraaien op de stang.
6. Neem de handunit
en - met een oog op de lens - draai de
focusdraaiknop langzaam en voorzichtig zodanig
dat de focusring van de lens NET VOOR het
merkteken/pijltje bij 'oneindig' staat. Let op: bij hierboven omschreven procedure de focusdraaiknop uitsluitend in 1 richting draaien en de 'LENS' toets tussendoor niet loslaten. Houdt motorcontroller en handunit ingeschakeld!
7. Neem de handunit
en draai de focusdraaiknop tot ongeveer 0,5cm.
voor de mechanische aanslag bij 'oneindig'.
Druk de toets 'KNOB' in, HOU DEZE
INGEDRUKT (de LED gaat knipperen) en draai
vervolgens de focusdraaiknop in 1 keer tot
ongeveer 0,5cm. voor de andere mechanische
aanslag. Toets 'KNOB' loslaten. De LED 'KNOB'
is rood verlicht. Let op: bij hierboven omschreven procedure de focusdraaiknop uitsluitend in 1 richting draaien en desbetreffende toets tussendoor niet loslaten. Houdt motorcontroller en handunit ingeschakeld! 8. Eindstops op de lens zijn nu bekend in het systeem en we kunnen nu de focusdraaiknop op de handunit vrij bewegen. Aangezien bij stap 6 de begrenzing van de slag op de focusring van de lens zowel bij 'oneindig' als ook 'close focus' is gekozen op 'een haartje' voor de fysieke mechanische stop op de focusring van de lens, wordt de lens nimmer belast op zijn mechanische eindstops. 9. Plaats een witte focusschijf op de handunit. Op de handunit, draai de focusdraaiknop volledig tot aan zijn aanslag in richting 'oneindig'. De focusring van de lens staat nu op 'oneindig'. Met een oog op de lens - beweeg de focusdraaiknop zeer langzaam TOT HET MOMENT waarop de focusring van de lens in beweging komt; m.a.w. wegbeweegt van de positie 'oneindig'. Stop met draaien ZODRA je beweging ziet; de lens staat nu op oneindig. Iets te ver gedraaid? Dan even terug met de focusdraaiknop tot zijn aanslag in de richting 'oneindig' en opnieuw de focusdraaiknop zeer langzaam bewegen TOT HET MOMENT waarop de focusring van de lens in beweging komt. Neem nu de kalibratie van de focusring van de lens over op de witte schijf, door geleidelijk - en in 1 richting - alle punten op de focusring van de lens vanuit 'oneindig' naar de richting 'close focus' te doorlopen. Maak deze kalibratie in 1 richting en in 1 sessie. Houdt motorcontroller en handunit ingeschakeld!
10. Het systeem is
nu klaar voor gebruik; de focusring van de lens
wordt niet belast op zijn uiterste fysieke stops
en de focusschijf is volledig gekalibreerd. We
kunnen nu het systeem uitschakelen.
11.
Let op: bij
deze vorm van handmatig kalibreren mogen we bij
ingeschakelde motorcontroller en handunit de
geheugenstanden opgeslagen onder 'KNOB'
en 'LENS' pas wissen NADAT WE DE
LENSMOTOR VRIJ HEBBEN GEPLAATST VAN DE LENS !!!
12. De kalibratie
van overige (zoom) lenzen kan op gelijke wijze
(zoals beschreven onder 1 t/m 10) op witte
focusschijf worden overgenomen. GEBRUIK VAN REEDS GECALIBREERDE WITTE FOCUSSCHIJVEN Wanneer het gebruik van de zoomlens wordt afgewisseld met andere lenzen en we later opnieuw de bewuste zoomlens willen gebruiken in combinatie met de witte focusschijf welke reeds is voorbereid.
1. Markeer exact de
uiterste mechanische eindstops op de focusring
van de lens ten opzichte van de indexstreep; dit
kan eenvoudig m.b.v. een pijltje. 1 markering
voor 'oneindig' en 1 markering 'close
focus'. (wellicht zijn deze markeringen nog
aanwezig van de 1e maal kalibreren)
Plaats de motor vrij van de lens.
2. Plaats de motor
tegen de lens; zorg ervoor dat de vertandingen
van motor en lens goed in elkaar grijpen. Voet
van de motor STEVIG vastdraaien op de stang.
3. Neem de handunit
en - met een oog op de lens - draai de
focusdraaiknop langzaam en voorzichtig zodanig
dat de focusring van de lens NET VOOR het
merkteken/pijltje bij 'oneindig' staat.
'NET VOOR' betekent in dit geval zo dicht bij
als mogelijk ZONDER DOOR DE PIJLMARKERING TE
GAAN! Laat de focusdraaiknop los.
4. Vervolgens
worden zowel de eindstops op de focusdraaiknop
bepaald, alsook de kalibratie op de focusring
van de lens gelijk gelegd aan die op de witte
focusschijf. Draai de focusdraaiknop helemaal
terug tot de aanslag van de mechanische
eindstops. Draai de focusdraaiknop nu langzaam
tot exact aan de positie 'oneindig' op de
witte focusschijf. Druk de toets 'KNOB'
in en HOU DEZE INGEDRUKT terwijl je de
focusdraaiknop net zolang draait tot het punt 'close
focus' exact is bereikt op de witte
focusschijf. Let op: mocht je bij zowel het bepalen van de eindstops van de lensring of die van de focusring door het eindpunt schieten, dan is het verstandig de desbetreffende toets los te laten, de handunit uit te schakelen, de motor van de lens te nemen, motorcontroller + handunit weer in te schakelen, geheugenstanden te wissen en opnieuw te beginnen. Let op: mocht er tijdens handmatige kalibratie toch iets fout gaan en als gevolg hiervan de motor tegen de eindstop van de focusring op de lens draaien; dan de handunit direct uitschakelen en de motor loskoppelen van de lens. NB: Wanneer men bij het handmatig kalibreren voorzichtig te werk gaat, zal zelfs bij die enkele keer dat de motor abusievelijk toch tegen de eindstop van de focusring op de lens draait, de belasting op de lens als geheel over een langere periode altijd nog veel kleiner zijn dan in het geval waarin het systeem steeds weer opnieuw volautomatisch wordt gekalibreerd.
|
